Hubertus Jilesen – “Een bezig baasje” 1774 – 1821
Auteur: Drs. Ing. Peter Verstege RE RA
Ik ben al ruim 40 jaar bezig met de genealogie van de familie Jilesen (familie van mijn echtgenote). Bij alle onderzoeken kom ik telkens weer bij de persoon van Hubertus Jilesen terug. Er is zoveel over en van hem te vinden dat ik er een presentatie van 2 uur over kan geven. Deze presentatie is hierna kort samengevat.
Luik 1: Voor een goed begrip is het belangrijk om meer kennis te hebben van (de ligging en de bestuurlijke indeling) van het Land van Cuijk en meer in het bijzonder Beers als de woonplaats van Hubertus Jilesen. Kern: gelukkig zijn veel kerkelijke, lokale en regionale archieven bewaard gebleven.
Luik 2: De familie Jilesen. In 1746 komt Egidius Theodori / Jelis Derx van Cuijk naar Beers (hemelsbreed een verhuizing van maximaal 5 km.) Hij koopt de boerderij / brouwerij in Beers die de bron vormt voor de sterke economische ontwikkeling van de familie. Zijn zoon Nicolaas Jilesen breidde het bezit gestaag uit en kon aan zijn kinderen 5 volwaardige boerderijen overdragen. Hij zorgde er ook voor dat zijn geestelijk gehandicapte dochter Dorothea tot aan haar overlijden goed verzorgd achter bleef (jaarlijks een ruime som geld voor de verzorging ten laste van de hiervoor bedoelde boerderijen). Nicolaas Jilesen is de stamvader van alle naamdragers Jilesen in het Land van Cuijk (en 95% naamdragers wereldwijd).
Luik 3: Hubertus Jilesen. Hij kreeg als jongste zoon van Claas Jilesen uit de erfenis de boerderij / brouwerij in Beers. Hij was een bezig baasje: landbouwer / brouwer / herbergier van huis uit. Daarnaast was hij vanaf 1795 tot 1811 vrijwel ononderbroken secretaris van de schepenbank van Beers. In die hoedanigheid trad hij veelvuldig op als vertegenwoordiger van Beers tijdens regionale vergaderingen. Formeel niet de bestuurder (schepen) maar ‘wie schrijft, blijft…’). Vervolgens was hij van 1815 tot aan zijn overlijden in 1821 de eerste notaris te Beers (en dit zonder enige formele juridische opleiding). Ook was hij in dezelfde periode ‘provisioneel opzichter der Domeinen’. Zie hiervoor ook de illustratie.

Luik 4: Persoonlijk handelen Hubertus Jilesen. Hij leefde in de ‘Franse tijd’ met alle ontwikkelingen van dien. Deze waren ook van invloed op het leven in het Land van Cuijk, en zelfs Beers, in het bijzonder. Hubertus Jilesen heeft in deze periode zelfs sporen achtergelaten in de Haagse wereld. Hij heeft in 1798 bezwaar gemaakt tegen de verkiezing van een lid van het Vertegenwoordigend Lichaam van het Bataafse Volk (nu Eerste Kamer). Hij is door een daartoe ingestelde onderzoekscommissie in het gelijk gesteld.
Voor alles was hij ondernemer, doorlopend bezig met eigen zakelijke belangen en de belangen van zijn familie. Bij het onderzoek is gebleken dat hij niet schroomde om grote zakelijke risico’s te nemen. Daarbij kon hij wel gebruik maken van het netwerk en de kennis verworven bij zijn overige werkzaamheden. Hij was doorlopend bezig met aan- en verkoop van onroerend goed en alle daarbij behorende financiële transacties (afsluiten van hypotheken zowel verstrekken aan derden als het aangaan voor eigen doelen).
Belangrijk was hierbij de aankoop in 1812/1813 van tiendrechten en landerijen die ondergebracht waren bij de Domeinen. De tiendrechten zijn in het bezit van de familie / directe nakomelingen gebleven en hebben veel geld opgebracht. De laatste formele vermelding van de activiteiten van Hubertus Jilesen is uit 1916 (bijna een eeuw na zijn overlijden) in het kader van de definitieve afschaffing van de tiendrechten in Nederland.
Luik 5: De persoon Hubertus Jilesen. Als je het handelen van Hubertus Jilesen beschouwt zie je dat hij allereerst sterk handelde met het eigen belang voor ogen en daarna, maar ook nadrukkelijk, met het belang van de lokale gemeenschap voor ogen. Met de huidige normen en waarden voor ogen kun je daar vraagtekens bij zetten (voorbeeld het handelen met voorkennis). Zelfs rekening houdend met de toenmalige normen en waarden zijn er vraagtekens te zetten (voorbeeld het omzeilen van wet- en regelgeving inzake scheiding kerk en staat door toepassen van constructies met familieleden als tussenpersoon).
Tot slot had Hubertus Jilesen ook aantoonbaar een driftig en eigenzinnig karakter. E.e.a. blijkt uit een aantal veroordelingen door het Vredegerecht (kantongerecht) te Grave.
In de lezing is uitgebreid ingegaan op al deze aspecten. Daarbij is ook inzicht gegeven in de vele, landelijk gespreide, bronnen die hierbij gebruikt zijn. Het bij de lezing gebruikte illustratiemateriaal is voor belangstellenden beschikbaar op de website van de NGV afdeling Rotterdam en omstreken.
